Repertoire Finale Rondes
Het volledige programma moet worden uitgevoerd in de originele taal en originele
toonsoort.
Tijdens de competitie moeten alle aria’s, zowel opera als oratorium, uit het hoofd worden
uitgevoerd. Het opdrachtwerk van Anne-Maartje Lemereis moet eveneens uit het hoofd
worden uitgevoerd.
Repertoirelijst
Elke deelnemer moet in totaal 10 werken selecteren:
- 5 opera-aria’s
- 5 oratorium-aria’s
- Plus het verplichte werk ‘Feathers’ van Anne-Maartje Lemereis
De repertoirelijst moet muziek bevatten uit drie verschillende stijlperiodes:
Stijlperiode I: tot 1810 – minimaal 2 werken
Stijlperiode II: 1810–1919 – minimaal 2 werken
Stijlperiode III: 1920 tot heden – minimaal 1 werk
Aanvullende repertoirevoorwaarden
Binnen hun totale lijst van tien werken mogen kandidaten opnemen:
- een maximum van twee operette- of zarzuela-aria’s (tellen als operarepertoire), of
- één concertaria (telt als oratoriumrepertoire), of
- twee orkestliederen (tellen als oratoriumrepertoire)
Main Rounds
Elke kandidaat voert twee verschillende programma’s uit met pianobegeleiding in deze ronde. Elk programma in moet bevatten:
- Twee tot vier aria’s, afhankelijk van de totale duur.
- Werken uit minstens twee verschillende stijlperiodes.
- Een totaal van minstens drie verschillende talen over beide programma’s, met minimaal
twee talen per programma. - Ten minste twee opera-aria’s en twee oratorium-aria’s in totaal over beide programma’s.
- Een totale duur van 15 tot 18 minuten per programma.
Kandidaten mogen zelf bepalen in welk van de twee programma’s zij het verplichte werk
van Anne-Maartje Lemereis uitvoeren. Dit werk telt niet mee voor de stijl- of taaleisen.
Naast het verplichte werk moet dat programma ten minste twee andere aria’s bevatten.
Finale
Elke kandidaat mag twee werken voorstellen uit hun volledige repertoirelijst, in twee verschillende talen en uit twee verschillende stijlperiodes, die zij graag in de Finale willen uitvoeren. Wagner-aria’s zijn uitgesloten.
De juryleden worden uitgenodigd aan te geven welke van de tien aria’s op de lijst van een kandidaat zij graag willen horen in de Finale met symfonieorkest. De algemeen en artistiek directeur van de IVC en de dirigent van de Finale houden rekening met deze voorkeuren
bij het bepalen van het definitieve programma.
Het is mogelijk dat kandidaten wordt gevraagd één of meerdere werken te herhalen die in eerdere rondes zijn uitgevoerd.
Er worden zes tot acht zangers geselecteerd voor de Finale met het Philzuid Symfonieorkest, onder leiding van Karen Kamensek.
Daarnaast worden twee zangers geselecteerd na de Hoofdrondes om het opdrachtwerk ‘Feathers’ van Anne-Maartje Lemereis uit te voeren met symfonieorkest tijdens de Finale. Er kunnen maximaal twee zangers worden genomineerd voor de Wagnerprijs in de Finale.